Afdrukken

Trots op Talent

Trots op Talent - Wereldtalentenschool

Op 28 mei is het zover: de Jan van Nassauschool viert haar eerste jaar als Wereldtalentenschool. Vanaf september 2008 doen de leerlingen van groep 3 tot en met groep 8 mee aan allerlei activiteiten tijdens extra schooluren. Ze leren nieuwe sporten, ze maken theater en bespelen verschillende muziekinstrumenten, ze werken aan taal, en worden handiger met computers en techniek. In alles gaat het om het ontdekken en vergroten van hun talenten. Dat laten ze vanavond allemaal zien in een Wereldtalentenshow.

trots-op-talentDe Wereldtalentenshow wordt gehouden in het centrum van Den Haag, in Theater aan het Spui. Voor de ingang van het theater zit een tiental leerlingen met een djembé om de gasten met muziek welkom te heten. In de foyer van het theater kunnen de ouders, broertjes en zusjes en andere familieleden van de leerlingen zien wat er allemaal gedaan is op de Wereldtalentenschool. Er hangen prachtige kunstwerken aan de muren, er liggen boekwerken op de tafels, en een beamer laat continu foto’s zien van alle activiteiten op de Jan van Nassau. Een groep van elf kinderen onder leiding van de judo-leraar geeft op het podium een presentatie van wat zij allemaal geleerd hebben. Het ziet er professioneel uit in de stralend witte judo-pakken die ze van de gemeente Den Haag hebben gekregen. Er wordt druk geknipt, geflitst en gefilmd met mobiele telefoons, digitale fototoestellen en videocamera’s, want dit zijn mooie momenten om later nog een keer terug te zien. Moeder Susana verheugt zich op het programma in de Grote Zaal. Daar zullen haar twee dochters Selina en Evelyn optreden. Ze spelen muziek en doen mee met de circus-act. Ze is blij met de activiteiten op de Jan van Nassau: “Het is ontzettend goed voor hun ontwikkeling, de kinderen leren veel, leuke dingen en ook nuttige dingen.” Intussen gaan twee dames rond met grote schalen en krijgen de gasten een echt Hollands hapje: gevulde eitjes of een oliebol.

In de grote zaal wordt het publiek eerst verwelkomd door Cees Debets, de directeur van Theater aan het Spui. Hij is blij dat de Jan van Nassau in zijn theater gaat optreden en hoopt op een langdurige vriendschap. Daarna spreekt directeur van de Jan van Nassau, John Verhoeff. Hij staat te stralen als hij het woord neemt: apetrots is hij op één jaar Wereldtalentenschool.
De zaal zit vol met mensen en de spanning stijgt. Het echte programma gaat bijna beginnen. Op de eerste rij zitten de jongste leerlingen, de meisjes gekleed in prinsesse-blauwe circuspakjes, en de jongens in geel, zwart en rood. Rabbab, Noa en Julia doen mee met de circus-act. Ze zijn wel een beetje zenuwachtig, “maar het gaat vast wel goed, want we hebben zoveel geoefend.”
Achtereenvolgens wordt het publiek verwend met dans, djembé, circus, theater en muziek met zang en een orkest.
Het programma begint met een kort voorproefje door twee professionele djembé-spelers, die via het Koorenhuis les hebben gegeven aan de leerlingen van de Jan van Nassau. Hierna is er tijd voor “een wervelend ballet”. Vanuit de coulissen komen rookwolken het podium op, gevolgd door een groep levensechte spookjes. Ze gaan liggen, ontwaken, staan op, dansen over het podium en laten hun engste gezichten zien, op angstaanjagende vioolmuziek. Als de muziek wegsterft, vallen ook de spoken voorgoed in slaap. Het licht gaat uit en er klninkt een daverend applaus. De spookjes blijken toch nog te leven, want ze staan weer op en buigen voor het publiek.
De djembé-groep die de bezoekers bij de ingang ontving, staat nu in volle glorie op het podium. De veertien spelers, allemaal getooid met een kleurige doek, zitten in een lange rij op het podium. Ze gooien al hun talenten in de strijd. Na een paar slagen zit iedereen in hetzelfde ritme, en doen ze niet meer onder voor de professionele djembé-spelers. Het is duidelijk wie hun leermeesters geweest zijn. Het applaus dat de kinderen na hun presentatie krijgen, wordt met een diepe buiging in ontvangst genomen.
Iedereen is opgewonden over het volgende onderdeel van het programma. “Circus! Circus!” klinkt het vanaf de tribune. Het is duidelijk wat er nu gaat komen. Een groep van minstens vijfentwintig kinderen komt onder luid gejuich van hun klasgenootjes het podium op dansen, rennen en springen. Kinderen in blauwe, gele, zilveren en roze circuskleren vertonen hun kunsten met ballen, ringen en kegels. Deze leerlingen hebben de afgelopen maanden hard geoefend en dat is te zien. De acrobaatjes vouwen zichzelf zonder moeite in een vogelnestje of laten zien hoe je rug een tafeltje kan zijn. De slot-act van het circus: met vijf mensen een levende piramide bouwen. Zelfs de juf doet mee.
Daarna zit het publiek ineens in het “Land van Niks”, een land waar je niks mag en niks kan. Koningin Koud en Kil met haar paarse jurk regeert het Land van Niks met ijzeren hand. Zelfs met een bal gooien is verboden. Daar zijn haar onderdanen niet blij mee, maar de koningin heeft twee strenge bodyguards die zorgen dat niemand iets doet. Want iets doen, dat mag niet in het Land van Niks. Daar komt verandering in als het Land van Niks bezoek krijgt van de Doodgewone Dames uit een Doodgewone Stad. Die laten zien dat het juist leuk is om iets te doen, zoals tv-kijken, computeren, in de achtbaan zitten of een vette party houden. De koningin komt erachter, en is woedend. De Doodgewone Dames bedenken een plan: zij zullen de onderdanen van het Land van Niks helpen om de koningin te betoveren. En dan gebeurt er iets wat niemand had verwacht: één van de bezoekers uit de Doodgewone Stad, Sebastiaan, wordt verliefd op Koningin Koud en Kil. En zij op hem! Er is liefde! Nu mag er gefeest worden, ook van de koningin. Ze dansen tot het licht wordt. Deze acteertalentjes kunnen zo door naar Hollywood.
Het slotstuk van de avond is een knallend muziekstuk dat wordt gespeeld door leerlingen met maar liefst zeven djembé’s, kinderen met elektrische en akoestische gitaren, met een triangel, een tamboerijn en een keyboard. Er zijn drie zangeresjes, die allen een geweldige solo zingen. Eén jongen uit het orkest stapt halverwege naar voren en zingt ook een prachtig lied. Alles gebeurt onder deskundige leiding van hun klasgenoot en dirigent Phomas, die voor de gelegenheid gekleed is een chic wit dirigentenjasje. De jonge dirigent wordt vanuit de coulissen bijgestaan door docent Ad van het Koorenhuis. Hij heeft maanden met de groep geoefend en is trots op zijn leerlingen. Het is niet te geloven dat sommige leerlingen nog nooit eerder een instrument hadden bespeeld. Na het stuk stelt Phomas zijn medeleerlingen voor aan het publiek. Hij introduceert meteen een nieuw woord: een meisje dat djembé speelt, heet sinds 28 mei een djembé-erin! Deze nieuwe Idols krijgen een staande ovatie van het publiek. Het is inmiddels tien uur en de Wereldtalentenshow is afgelopen. Het is tijd om naar huis te gaan, ook al mogen de kinderen de volgende dag een half uurtje later komen van de directeur.
Bij de uitgang neemt Verhoeff persoonlijk afscheid van alle gasten. Hij straalt alweer: “Het was een prachtige avond. Het was zo mooi, zo blij, zo bijzonder. Ik ben zo trots op iedereen!”

Het woord trots is vaak gevallen op deze avond, en dat is helemaal terecht. John Verhoeff is trots op de Wereldtalentenschool, de directeur van het theater is trots dat hij zo’n voorstelling in zijn theater heeft, de leerkrachten en vakdocenten zijn trots op wat de leerlingen laten zien deze avond en de leerlingen zijn trots dat ze op het podium staan. toeganskaartHet is moeilijk te zeggen wie het meest trots is. Maar één ding staat vast: iedereen heeft evenveel genoten van deze prachtige afsluiting van het eerste jaar Wereldtalentenschool!
Auteur: Mirella van der Heide.

Een echt toegangskaartje >>

pdfUitnodiging Wereldtalentenshow 26 mei 2011